Categorie Archieven: mezelf

De functie die ik uitoefen op mijn werk heet front-end developer. Officieel staat op mijn contract developer, maar dat is een veel te ruim begrip voor het kleine deel in een grote machine waarvan ik deel uitmaak. Omdat het heel moeilijk is om aan mensen – familie, kennissen, maar vooral ouderen – uit te leggen wat ik exact doe, probeer ik het hier, als testcase. Laat me weten als het hierna nog onduidelijk is voor jullie.
Ik maak websites. Specifieker maak ik het zichtbare gedeelte van een website, maar zonder het grafische werk. Eerst is er de ontwerper, die maakt in photoshop – of ander beeldbewerkingsprogramma – een of meerdere ontwerpen van pagina’s van de website. Meestal is dit het uitzicht van de homepagina, een detailpagina, een uitgebreide navigatie en een pagina met formuliervelden. Uit deze statische ontwerpen moet ik dan, samen met de specificaties van de klant (in samenspraak met een account, die alles met de klant afregelt en dus al het voorbereidende werk heeft gedaan), een werkende versie maken van de website. Dit doe ik in xhtml, css, javascript en flash. Html en css dienen om de paginablokken te bepalen en een stijl mee te geven, javascript om eventuele gebruikersinteractie toe te voegen en flash om animaties weer te geven. Dit werk doe ik – voor een hele site – op gemiddeld een week, met nadien nog eventuele kleine wijzigingen die door de klant gevraagd worden.
Na mijn werk vertrekken mijn bestanden naar de back-end developers, waar allemaal technische mannen ervoor zorgen dat uw site beheerbaar is via een database. Zij gieten mijn werk in templates en automatiseren de aanmaak van nieuwe pagina’s, de navigatie en interactieve delen zoals een forum, een blog, e-commerce enzoverder.
Ik maak dus, samen met een team een website per week. Maar als je de hele tijdslijn van de werken aan een website bekijkt, dan merk je dat sommige sites makkelijk een half jaar nodig hebben om tot hun eindfase te komen.
Voila, het is mij gelukt om – redelijk kort – mijn functie uit te leggen. Nu proberen op de familieleden, want die weten alleen nog maar dat ik iets doe ‘met de computer’, maar heel waarschijnlijk zijn ze allemaal al eens op site gekomen waar ik op gewerkt heb ;)

Tegenwoordig blog ik op vanop de trein. Terwijl ik vroeger in gedachte mijn overpeinzingen samenvatte op het openbaar vervoer, en later dan ook elke keer vergat, kan ik nu alles meteen noteren op mijn gloednieuwe microcomputer.

Asus eee is de naam van het nieuwe hebbeding, 20cm klein, wit en supergoedkoop voor een computer. Ideaal om ’s morgens een ebook te lezen of een aflevering futurama te zien, en om ’s avonds op te bloggen.

Een volledige review ga ik niet geven, die zijn er genoeg over heel het interweb, maar toch een paar puntjes;

  • De eee is klein, en dus handig om mee te nemen. Alleen is het toetsenbord dus ook mini en bijgevolg niet makkelijk te bedienen.
  • Het multitouch touchpad – ook gekend bij de macbooks – is superhandig in gebruik. Waarom steken ze die dingen niet overal in?
  • Op de trein ben je niet online. Buiten de uitzonderlijke onbeveiligde wifi’s moet je jezelf dus offline kunnen amuseren, en dat is moeilijker dan verwacht. Ik haal mijn feeds binnen in Google Reader, die ik dan via Gears offline kan lezen. Maar doorklikken in een blogbericht kan natuurlijk niet. Mijn agenda word elke keer automatische gesynct wanneer ik thuiskom, dus ik kan mijn Google Calendar wel gebruiken. En een tekstje zoals dit bijeentypen lukt natuurlijk altijd in StarOffice, maar ik dacht dat WordPress ook gearsondersteuning had ingebouwd…

Om het kort te houden, het heeft zijn minpunten, maar het is het geld meer dan waard! Te koop bij ‘the phonehouse‘ of laptopshop.be voor 350 euro, spijtig genoeg alleen de winxp versie. Berichtje aan de mensen van asus: Belgen kunnen ook Linux!

En toen zat ons land – na een dik jaar – zonder regering. Het schoothondje van de NVA heeft zijn ontslag ingediend bij de koning. Niet omdat hij zelf wou stoppen, neen, wel omdat de NVA de plannen van Leterme niet meer zag zitten en dreigde om het kartel te breken.
Het was hetzelfde NVA dat de ultravlaamse koers bepaalde van CD&V en tijdens de overwinning van Leterme met Vlaamse vlaggen stond te zwaaien op de nationale televisie. Op dat eigenste moment waren de kansen van de regering al verkeken. Eerst uitdagen en provoceren en dan komen ‘bleiten’ dat de andere kindjes kwaad zijn. Makkelijk en populistisch, maar dat waren zijn uitspraken voor de verkiezingen ook. 5 minuten politieke moed werden 575.000 minuten van politiek gelummel.

En het ergste van heel de zaak: ondertussen is heel de wereld ervan overtuigd dat Vlaanderen zich eenzijdig onafhankelijk wilt maken, maar eigenlijk is er zelfs in eigen ‘land’ geen meerderheid voor. Wat doen we met Brussel? Met de koning? Met de grondwet? Wat met onze positie binnen Europa? Wat met Europa en hun plaats in Brussel?
Praten we eerst met de o-zo-kwaadachtige Waalse medemens, of beginnen we meteen een burgeroorlijk om Brussel? En wie gaat er dan vechten in die burgeroorlog? Al de mensen die nu zo om een splitsing van BHV roepen? Alle beleidsmensen die taaleisen invoerden om Franstaligen te weren in hun stad? Alle Zattevrienden die zo graag met simpele one-liners afkomen?

1 ding weet ik zeker; als België ooit gesplitst zal worden, dan zal het toch zonder mij zijn…

De canvascrack heeft me weer wat weetjes bijgeleerd.
Aibohphobia is de fobie voor palindromen. Aibophobia is immers leesbaar in 2 richtingen. No enig opzoekwerk weet ik ondertussen dat deze fobie niet echt bestaat, maar getuigd van iemand met fijne humor. Meer grappige fobieën hierzo (Anoraknophobia: schrik van spinnen met jassen).
Engelse postzegels zijn de enige in de wereld waar geen landnaam opstaat. Omdat zij het eerste land waren met een postzegel hebben ze dan – hautain zoals we ze kennen – beslist dat ze altijd de landnaam ‘vergeten’. Enneh; de duurste postzegels heet de Treskilling Yellow.
En nu is het tijd voor Top Gear! Ze gaan iets doen met caravans en kapotrijden enzo, altijd lachen!

4 jaar geleden reed ik nu met de fiets naar Werchter… Een van de laatste keren, bleek later. Daarna ben ik nog regelmatig ‘den toerist’ gaan uithangen op de steenweg aan ‘de langsten toog’, maar dat is niet hetzelfde.
Vanmorgen zat ik op de trein – ik pendel elke dag tussen Mechelen en Leuven – tussen een bende hollanders, jongeren, muziekliefhebbers die graag een goed plekske wilden op de camping. En toen ik daar op de trein zat voelde ik mij zwaar nostalgisch. Misschien moet ik dit weekend toch maar een dagsticket kopen en effe de wei bezoeken…

Vlaanderen Vlaamsch, een initiatief van Zattevrienden maakt pijnlijk duidelijk wat taalproblematiek ook kan zijn en is een goeie aanzet voor een kwaadheid die al lang in mij zit.
Eerst was ik verbaasd dat ook Zattevrienden – rechtser dan rechts – met zo’n ludiek protest kwam terwijl ze meestal toch de andere politieke zijde bekampen met – no offense – simpele humor.
De taalproblematiek is voor mij een ver-van-mijn-bed-show, maar net daarom kan ik het met enige nuchterheid bekijken. Taal is een manier waarop wij ons verstaanbaar maken. Sommigen spreken Nederlands, anderen Frans, nog anderen Mechels of Limburgs. Sommige mensen verstaan elkaar, anderen moeilijker. Hetzelfde geld als we op congé gaan en ons best doen om Frans, Spaans of Duits te praten. We doen ons best.
Maar blijkbaar is het wel een ‘major’ probleem als de buurman opeens frans praat. Of de lokale winkelier. Of als officiële documenten in de 2 landstalen worden verstuurd. Of als de lift tweetalig de verdiepingen opsomt. Anyway, om een lang verhaal kort te maken: de taalproblematiek is er alleen omdat we zo graag problemen maken. En op dit moment is de taalproblematiek de ellende die ons land stil doet vallen… Daarom noem ik het vanaf vandaag de taalproblematiekproblematiek (dit is geen typfout!), namelijk de problemen die voortvloeien uit het gezever over taalproblematiek. En dit, beste landgenoten, is een probleem dat veel dringender is dan elk ander detail in de debatten over de toekomst van dit land. Ik smeek u, beste politici, begin eens na te denken over de echte problemen in dit land zonder te denken aan de volgende verkiezingen of aan uw imago. Doe eens iets waar u goed van kan slapen die avond, en misschien kan dan heel het land met een gerust gemoed het bed opzoeken.

Ik heb geen rijbewijs en ik ben geen fan van auto’s. Alleen auto’s buiten categorie; de Citroën DS en de volkswagen Beetle – beiden ongelooflijk mooie stukjes retrotechnologie – kunnen mij bekoren.
Maar ik hou van Top Gear. Ik hou van Top Gear vanwege de taal, niet vanwege de wagens. UK English is zo’n mooie taal en de mannen van Top Gear kunnen het zo mooi – classy – uitspreken, ik zou er veel voor geven om zo’n Engels accent te hebben…

Ziek geweest vandaag. En gisteren. En hopelijk morgen niet meer.
De dokter zei dat het de darmen waren. Alweer. Ik begin zo’n sterk vermoeden te krijgen dat het chronisch is en dat het veel te maken heeft met stress enzo. Fijn, daar zal ik dus de rest van mijn leven last van hebben.
Soms denk ik dat ik zo’n dingen te hard dramatiseer, maar op dagen dat ik amper kan eten, amper naar het toilet kan of amper durf te bewegen wegens krampen besef ik opnieuw hoe ernstig het weer is.
Prikkelbaar Darm Syndroom, ik hoop dat u het nooit moet meemaken…

Mijn grootste frustratie deze week waren auto’s. Gedurende heel de week hebben automobilisten op mijn zenuwen gewerkt. Buiten het feit dat auto’s ook mijn lucht vervuilen – een argument dat geen enkele automobilist lijkt te snappen – waren het deze week specifiek de luxewagens die me ergerden. Maandag was het de mercedes die met draaiende motor consequent in het midden van het fietspad bleef staan. Woensdag was het ’s morgens de chrysler die mij bijna van mijn fiets reed toen hij rechtsaf draaide. Niet pinken, niet stoppen, niet excuseren. En dan ’s avonds was het de dikke audi die zijn claxonkunsten moest laten horen toen ik over het zebrapad overstak; blijkbaar dacht hij dat dure auto’s voorrang krijgen op een zebrapad. Daarbij komen de ontelbare dubbelparkeerders, snelheidsovertreders en mensen die vinden dat rode lichten alleen gelden voor roodkleurige auto’s.
Automobilisten voelen zich baas op straat. Daarenboven blijk de regel: hoe duurder de auto, hoe meer hij mag. Fietsers en voetgangers zijn nog steeds onderdrukt, maar auto’s bekritiseren lijkt nog steeds aan taboe…

Damage van dit weekend: 7 flessen wijn, 2 flessen havana club, 14 flessen frisdrank, 8 stokbroden, 1 grote pot d&l mayo, 2 zakken houtskool, 4 komkommers, 2 zakken sla, 14 tomaten, 11 wortelen, 2 bakjes aardbeien, 1 grote pot vanilleijs en onnoemelijk veel stukken vlees. Damage control van dit weekend: 3 grote afwassen, veel opkuis en een ongelooflijke vermoeidheidskater.
Voor mij mocht het weekend nog wat langer duren ;)